Mijn DX-verhaal - Ben Ekeler – 3137BJE
Een appje en een herinnering
Begin september 2025 kreeg ik van Jef Heuvelmans een kort appje met de tekst: “Koos Wijnants is overleden.”
Koos zwaaide jarenlang de scepter over het BDXC-Bulletin, en dat bericht was voor mij aanleiding om – na vele jaren – weer eens op de website van de BDXC te kijken.
Vroeger was ik een actief lid, en een aantal jaar geleden zelfs heel even teruggekeerd maar toch weer afgehaakt. Toen ik zag dat het lidmaatschap tegenwoordig nog maar vijf euro per jaar kostte, besloot ik opnieuw lid te worden. Al was het maar om de club te steunen en even terug te blikken op vervlogen tijden.
Die nostalgische blik in oude clubbladen bracht me ertoe mijn eigen DX-verhaal eens op te schrijven. Dankzij het digitale archief – wat een enorme klus moet dat geweest zijn! – kwamen steeds meer herinneringen boven. Wat leuk om na al die jaren nog steeds bekende namen van toen tegen te komen.
Hoe het begon – 43 jaar geleden
Eind 1982 vond ik bij het grofvuil langs de weg een transistorradio. “Die is voor mij,” dacht ik, en nam hem mee naar huis. Er zaten geen batterijen in, dus geluid kwam er niet uit – maar dat was snel verholpen. Een antenne ontbrak echter nog.
Tot mijn verrassing kwam er tóch geluid uit dat ding, al was het wat krakerig. Ik begon ermee te experimenteren en ontdekte een ingang voor een antenne. Een lange draad uit het raam en over de balkonreling deed wonderen: ineens hoorde ik de Hilversumse zenders luid en duidelijk.
Toen ik verder op de knoppen drukte, hoorde ik ineens andere stemmen op onbekende frequenties – en zo ontdekte ik de korte golf. In de ANWB-winkel vond ik een folder met frequenties van Radio Nederland Wereldomroep, die ik tot dan toe alleen kende van het imposante gebouw aan de rand van mijn geboorteplaats Hilversum. Nu hoorde ik nieuwsberichten en stemmen die ik niet kende van de gewone Nederlandse radio.
Elke avond probeerde ik de Wereldomroep terug te vinden op die oude radio, wat niet eenvoudig was zonder digitale aanduiding. Intussen kwam ik wel allerlei andere zenders tegen – in vreemde talen, met exotische muziek – tot zelfs Afrikaanse klanken mijn kamer vulden. Bij een elektronicawinkel in de buurt, waar ze vooral 27MC-bakkies verkochten, vroeg ik of ze mijn radio konden voorzien van een digitale frequentie-aanduiding. Dat kon niet. “Koop maar een echte kortegolfradio,” zeiden ze. Maar de apparaten die ze daar verkochten waren me veel te technisch, ik begreep nauwelijks wat er mee kon én ik moest nog wat sparen.
Na enige tijd en veel zoeken en vergelijken kocht ik een Grundig Satellit 600 die ik nog enigszins als ‘radio’ herkende me erg gebruiksvriendelijk leek. Eindelijk kon ik zien waar ik naar luisterde! Toch had ik nog weinig luisterstructuur: ik kende niemand met dezelfde hobby en wist niet goed waar ik moest zoeken. Totdat ik hoorde dat er een club bestond van mensen die hetzelfde deden: verre radiostations opsporen.
In januari 1983 werd ik lid nummer 3137 van de BDXC en vanaf dat moment had ik er een nieuwe hobby bij.
Mijn eerste DX-weekend
In het clubblad las ik over een DX-weekend dat in april 1983 in de jeugdherberg in Meppel zou plaatsvinden. Dat leek me een uitgelezen kans om tips te krijgen en lotgenoten te ontmoeten.
Op die vrijdag na het werk deed ik m’n slaapzak, schone kleren en m’n ontvanger in de kofferbak en trok ik naar het noorden. Ik kwam daar op soort zolder met lange tafels vol indrukwekkende ontvangers. Overal zaten al mensen met koptelefoons op te luisteren. Ik werd hartelijk ontvangen en er was nog een plekje vrij en dus ik zette mijn Grundig 600 op tafel.
Mijn toestel was toen pas op de markt en nog onbekend bij DXers en dus stonden er mensen omheen die hem van dichtbij wilden bekijken en vergelijken met hun eigen apparatuur. Het voelde als een warm bad. Mensen van allerlei pluimage en uit het hele land zaten daar op die zolder, luisterend, pratend en experimenterend.
Ik ontmoette er onder meer Stef Isken en zijn vrouw Betty – Stef een techneut met twee rechterhanden, Betty verzorgde samen met Evert, de beheerder van de jeugdherberg, de catering. Verder herinner ik me Han Hardonk, Frank Derksen, Jef Heuvelmans, Jessie, Wim uit Enkhuizen, Johan Veldhuis uit Haaksbergen, Ben Korbeeck uit Utrecht, Wim van Beek, en nog vele anderen. Niet iedereen bleef het hele weekend; er waren ook losse bezoekers die een paar uur meeluisterden.
Het bleef niet bij dat ene weekend. Op zaterdagen gingen we vaak gezamenlijk iets bekijken – vaak bezochten we dan een radiozaak in Hoogeveen om de nieuwste ontvangers te bewonderen. Ook kregen we bijvoorbeeld een rondleiding bij de sterrenwacht in Dwingeloo.
Toen Meppel niet langer beschikbaar was, vond de Stichting DX-weekends (met Henk Poortvliet als voorzitter) steeds andere locaties: in Ermelo, Lochem en ergens in Brabant, als ik me goed herinner. Het waren heerlijke weekends: luisteren, lachen, experimenteren en samen oplossingen zoeken voor storingen – vaak veroorzaakt door een koelkast of een ander apparaat in de buurt. We probeerden de gekste antennes uit, binnen en buiten. Zelfs een weilandafrastering hebben we ooit aangesloten (nadat we hadden gecontroleerd dat er geen stroom op stond!).
Hoofdredacteur
Begin 1985 wilde Wim Swaan, de toenmalige hoofdredacteur van het BDXC-Bulletin, zijn taak overdragen. De aanleiding weet ik niet meer maar tijdens het voorjaars DX-weekend van dat jaar werd me gevraagd of ik die taak wilde overnemen. Omdat ik van taal houd en graag organiseer, stemde ik toe, op voorwaarde dat Jef Heuvelmans me zou assisteren.
Het samenstellen van het Bulletin was in die tijd een hele onderneming. Alles gebeurde in het pré-digitale tijdperk: redacteuren stuurden hun bijdragen getypt op papier. Ik maakte daar een globale indeling van en stuurde die naar een drukkerij in Waarland, waar dames de teksten overtikten en het blad drukten. Vervolgens ging alles naar de sociale werkplaats Presikhaaf in Arnhem, waar men de bladen verzond.
Later kwam de computer ook bij de club binnen. Ik had er thuis zelf nog geen, maar mocht namens de club een Headstart PC aanschaffen, inclusief laserprinter. Ik was inmiddels van een flat naar een echt huis verhuisd en op zolder richtte ik een werkplek in, dat maakte het redactiewerk een stuk overzichtelijker. Vanaf dat moment leverde ik de pagina’s min of meer kant-en-klaar aan bij de drukker.
We hadden in die tijd een stabiel redactieteam dat het blad goed gevuld hield. Heel vaak zagen we elkaar niet – hooguit bij een ALV – maar op een zaterdag lukte het me toch om bijna de hele redactie samen te brengen:
Gösta van der Linden – Ernst Bos – Ap Ruygrok – Henny Demming – Henk Poortvliet (met zoontje) – Rob van Schaik – Bob Grevenstuk – Ben Ekeler – Barend Hendriksen – Max van Arnhem – Martien Groot.
In het bestuur
De hoofdredacteur had ook zitting in het bestuur, dus woonde ik voortaan de bestuursvergaderingen bij, meestal bij een van de leden thuis. Het waren altijd gezellige bijeenkomsten doorgaans bij
Maarten van Delft in Utrecht, Arend Bretveld in Nuenen of Leo de Graaf in St. Michielsgestel.
Eind 1989 werd de combinatie van werk en clubblad me wat te veel, en gaf ik het stokje door. Ik bleef wel lid, maar het daadwerkelijke DX’en werd steeds minder, Uiteindelijk heb ik mijn lidmaatschap eind 1994 opgezegd.
En hoe is het nu?
Ik ben inmiddels al geruime tijd met pensioen, maar stilzitten ligt me niet. Jarenlang was ik actief bij de Stichting Hoogvliegers www.stichtinghoogvliegers.nl en werkte ik als gastheer bij het Nationaal Militair Museum www.nmm.nl in Soesterberg. Daarnaast houd ik me al meer dan twintig jaar bezig met mijn websites voor Volvo-liefhebbers: www.volvo-forum.nl en www.swedish-connection.nl en schrijf ik columns voor Volvo Drive Magazine. Heel soms luister ik nog even op mijn oude Sony ICF-7600, die inmiddels alleen nog op batterijen werkt.
En zo is de cirkel weer rond: nieuwsgierig blijven, verbinden, luisteren — of het nu naar verre radiostations is, of naar mensen met dezelfde passie. En zo af en toe komt er weer eens een naam voorbij van iemand uit de BDXC-tijd waarvan je je dan afvraagt, hoe zou het daar mee gaan ….
Haverweerd 175 - 1983
Het redactieteam
Gösta van der Linden – Ernst Bos – Ap Ruygrok – Henny Demming – Henk Poortvliet (met zoontje) – Rob van Schaik – Bob Grevenstuk – Ben Ekeler – Barend Hendriksen – Max van Arnhem – Martien Groot.
Het bestuur
Maarten van Delft in Utrecht, Arend Bretveld in Nuenen of Leo de Graaf in St. Michielsgestel.